
Dicht bij de Franse kust, maar behorend tot de Britse crown: de Kanaaleilanden vormen een van Europa’s best bewaarde geheimen. Het biedt het beste van twee werelden. Sharon Evers (TravMagazine) reisde met Marja Bouwmeester en Wendy van Loon (Sunair Vakanties) en een groep reisprofessionals af naar deze ‘Brit-ish’ parel voor een actieve én culinaire verkenningstrip.
Amper een uur vliegen vanaf Schiphol ligt een bestemming die het beste van twee werelden naadloos verenigt: de Franse joie de vivre en gastronomie gecombineerd met de Britse gastvrijheid en hoffelijkheid maken de Kanaaleilanden. De eilanden liggen geografisch op slechts een steenworp afstand van de Franse kust van Normandië, maar ze horen bij de Britse ‘Crown’. Dit zorgt voor een bijzondere mix: je spreekt er Engels en betaalt met ponden, maar straatnamen zijn vaak Frans, het ritme is bourgondisch en de Franse invloed is overal merkbaar. Kortom, they are Brit-ish… Britsachtig dus, iets wat we de komende dagen regelmatig horen.
Brit-ish
De reis start vlot op Schiphol met de rechtstreekse en ontspannen KLM-vlucht en na een ruim uur zetten we voet op de compacte luchthaven van Jersey. Op het eiland is het één uur vroeger dan in Nederland. Onze eerste stop is La Mare Wine Estate, de enige officiële wijnmakerij van Jersey. Onze rit ernaartoe geeft meteen de sfeer van dit Brit-ish eiland met Franse grandeur weer. Overal zien we de Engelse cottagestijl van een landelijke, romantische bouwstijl terugkomen. Prachtige tuinen met kronkelende paadjes, hagen en een kleurrijke zee van bloemen en kruiden. Een soort kneuterigheid die heel goed, fijn en veilig aanvoelt. Volgens onze chauffeur kunnen inwoners de deuren van hun huizen bij wijze van spreken dag en nacht wagenwijd openhouden; er wordt niet gestolen. We geloven hem meteen.
La Mare Wine Estate ligt verscholen in de landelijke parochie St. Mary. Dit historische 18e-eeuwse landgoed strekt zich uit over zo’n twintig hectare aan zorgvuldig onderhouden wijngaarden, appelboomgaarden en bloemrijke tuinen. Dankzij het milde eilandklimaat verbouwt men er met succes druiven voor karaktervolle wijnen, maar het domein reikt verder dan wijnbouw alleen. Zo wordt er van de eigen boomgaarden traditionele Jersey-cider geklokt en gedistilleerd tot verfijnde Apple Brandy. Ook de ambachtelijke productie van chocolade, fudge en de beroemde Jersey Black Butter – een unieke, kruidige eilanddelicatesse op basis van appels en cider – vindt hier plaats. Bezoekers kunnen er deelnemen aan interactieve rondleidingen en proeverijen, of simpelweg neerstrijken in het restaurant voor een klassieke afternoon tea of een heerlijke lunch met zicht op de druivenranken. Dat laatste doen wij. Midden tussen de glooiende wijngaarden en ciderboomgaarden genieten we van een heerlijke lunch en maken we kennis met elkaar.

Op de fiets
Na de smaakvolle lunch staan de comfortabele e-bikes klaar voor een fietstocht door het schilderachtige binnenland. Jersey beschikt over een bijzonder netwerk van zogenaamde Green Lanes: smalle, rustieke plattelandswegen waar wandelaars, fietsers en ruiters voorrang krijgen. De route slingert door het groene, agrarische hart van de parochies St. John en St. Lawrence richting de hoofdweg naar St. Helier. We fietsen door beschutte boslanen en velden waar de beroemde Jersey Royal-aardappelen rijpen, tot intieme doorkijkjes bij eeuwenoude, monumentale boerderijen met hun karakteristieke tuinen. Onderweg maken we een stop voor een traditioneel en beroemd Jersey ice cream cone. Dit softijs is enorm geliefd vanwege de unieke smaak en textuur, die te danken zijn aan de romige melk van het koninginnenras van het eiland: de Jersey cow. Helemaal lekker wordt het ijsje met een traditioneel Cadbury-chocoladestaafje erin.
Voor we naar ons hotel gaan, het Best Western Royal Hotel in het hart van de hoofdstad St. Helier, struin ik nog even door het gezellige centrum van het stadje waar de grotere Britse ketens als Marks & Spencer, NEXT en Boots zijn vertegenwoordigd. Maar je vindt er ook leuke, kleinere snuisterijwinkeltjes, knusse restaurants, koffiezaakjes en lokale cafeetjes.
‘s Avonds schuift Robert Touzel (Head of Product bij Visit Jersey) aan bij ons diner bij Petchi in St. Helier. Nu wil ik de Britse keuken niet tekortdoen, maar hier komt toch echt die typische en overheerlijke Franse grandeur om de hoek kijken. Hier proeven we direct waarom Jersey zo’n sterke culinaire reputatie heeft: seizoensgebonden ingrediënten, bereid op open houtvuur. Gewoon voortreffelijk.
Speuren door St. Helier
We beginnen de ochtend met een interactieve scavenger hunt door St. Helier. Gewapend met een dosis teamspirit doorkruisen we de hoofdstad op zoek naar leuke weetjes en bijzondere bezienswaardigheden. Het is een speelse en effectieve manier om niet alleen de geschiedenis van de stad te ontdekken, maar ook diverse accommodaties uit het Sunair-programma te bekijken, waaronder het iconische Hotel De France, het historische Hotel Pomme d’Or, de Norfolk Lodge en Hotel de Normandie.
Rond het middaguur lopen we naar Hotel Ommaroo aan de boulevard van Havre des Pas voor een lunch en een inspectie van dit klassieke kusthotel. ‘s Middags wacht een panoramische bustour langs de indrukwekkende westkust van Jersey. Waar het zuiden van Jersey wordt gekenmerkt door brede baaien en zandstranden, toont de west- en noordkust een heel ander gezicht: ruige kliffen, de Atlantische branding en het uitgestrekte zandstrand van St. Ouen’s Bay, een mekka voor surfers. Onderweg bezoeken we twee accommodaties: Pontac House Hotel, een kleinschalig, gastvrij hotel aan de zuidoostkust met zicht op de baai van St. Clement, en Hotel Beausite, een sfeervol hotel ondergebracht in traditionele granieten gebouwen in Fauvic.
Het diner vindt plaats in het oosten van het eiland, in het schilderachtige vissersdorpje Gorey. Bij restaurant Bass & Lobster genieten we opnieuw van heerlijke gerechten en worden de dag en alle indrukken met elkaar doorgenomen.

Op de wandelschoenen
Jersey kent een van de meest indrukwekkende natuurverschijnselen: het eiland heeft een van de grootste getijdenverschillen ter wereld, waarbij de zeespiegel maar liefst twaalf meter kan stijgen en dalen. Bij eb trekt de Atlantische Oceaan zich kilometersver terug, waardoor woeste rotsformaties, verzonken riffen en het verborgen zeeleven op de zeebodem blootkomen. Het eiland wordt bij eb letterlijk bijna twee keer zo groot als bij hoogwater. Dit dynamische getijdenspel vormt het decor voor de Jersey Tidal Trail, een netwerk van acht unieke kust- en klifwandelingen voor beginners en gevorderden. Vrijdagochtend trekken we de wandelschoenen aan. Samen met gids Sabin Gindl van Jersey Uncovered lopen we een gedeelte van het spectaculaire rotspad langs de ruige noordkust. De vergezichten over de oceaan, de metershoge kliffen en de heidevelden maken dit tot een paradijs voor wandelaars.
Het gat van de duivel
Een van onze stops is Devil’s Hole (oorspronkelijk bekend als Le Creux de Vis), een van de meest spectaculaire en legendarische natuurverschijnselen aan de ruige noordkust van Jersey. Verscholen in de landelijke parochie St. Mary vormt deze reusachtige krater van 30 meter breed en ruim 60 meter diep een indrukwekkende stop. Het natuurwonder is in de loop van duizenden jaren ontstaan doordat de Atlantische Oceaan een diepe zeegrot in de granieten kliffen uitsleet, tot het ‘dak’ er uiteindelijk van instortte. Vooral bij opkomend tij of een woeste zee perst het zeewater zich met enorm veel kracht via een ondergrondse tunnel het zeegat in, wat een luid, hees gedommel veroorzaakt dat in de volksmond klinkt als het gebrul van een monster. De mysterieuze bijnaam heeft het gat echter te danken aan een scheepswrak uit 1851: nadat het houten boegbeeld van het Franse schip La Joséphine in de krater aanspoelde, liet een vindingrijke lokale kastelein er door een houtsnijder hoorns en een drietand op aanbrengen als attractie voor bezoekers. Tegenwoordig wandel je vanaf de parkeerplaats bij de historische pub The Priory Inn via een bosrijk pad – langs een bronskleurig duivelsbeeld midden in een vijver – naar een uitkijkplatform, waar je een adembenemend uitzicht hebt op de diepe afgrond, de omliggende kliffen en het eiland Sark.
Oorlogstunnels
Na een korte rit stappen we in het verleden bij de Jersey War Tunnels, oorspronkelijk bekend als Höhlgangsanlage 8 (HOH8), en een van de meest indrukwekkende en aangrijpende historische bezienswaardigheden van het eiland. Verscholen in de groene St. Lawrence-vallei biedt dit ondergrondse gangenstelsel van meer dan een kilometer lang een indringende kijk op de periode tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de Kanaaleilanden als enig Brits grondgebied werden bezet door nazi-Duitsland. Het complex werd tussen 1941 en 1944 onder erbarmelijke omstandigheden uitgehouwen in het massieve graniet door duizenden dwangarbeiders uit heel Europa, om dienst te doen als bomvrij hospitaal en munitiedepot voor de Duitse bezetter. Tegenwoordig herbergt het doolhof van kille, betonnen gangen een bekroonde en objectieve tentoonstelling die het aangrijpende verhaal vertelt van het dagelijks leven op het eiland onder het regime van het hakenkruis. Aan de hand van authentieke gebruiksvoorwerpen, geluidsfragmenten, interactieve displays en originele ruimtes, zoals de operatiekamer en de ziekenzalen, ervaren we van dichtbij hoe de eilandbewoners moesten balanceren tussen overleven, verzet, collaboratie en hongersnood. Het beklemmende contrast tussen de kille, vochtige tunnels en het groene landschap buiten maakt een bezoek tot een meeslepende ervaring, die goed kan worden afgesloten met een lunch of kop koffie in het bijbehorende, sfeervolle café van het museum. Dat is nodig ook, want we moeten even bijkomen van alle indrukken die zijn opgedaan in deze bizarre oorlogstunnels.

Geen luchtkasteel
‘s Middags bezoeken we Elizabeth Castle, gelegen op een rotsachtig eilandje in de baai voor St. Helier. Al meer dan 400 jaar beschermt dit fort de kustlijn. Het kent een rijke historie: zo bood het in de 17e eeuw onderdak aan de Engelse koning Karel II tijdens de Engelse Burgeroorlog en werd het eeuwen later door de Duitse bezetter omgevormd tot een strategisch onderdeel van de Atlantikwall. De bijzondere ervaring begint al bij de overtocht: vanwege de eb is de zee een drooggevallen wandelpad (causeway) waarover bezoekers in zo’n vijftien minuten naar het kasteel lopen, terwijl bij vloed een unieke amfibieboot – in de volksmond de ‘Duck’ genoemd – bezoekers droog naar de overkant brengt. Betty, zoals onze Duck heet, brengt ons zelfs met eb naar Elizabeth Castle. Eenmaal op het eilandje wandel je door eeuwenoude poorten, langs indrukwekkende kasteelmuren en over de kantelen waar historische kanonnen nog altijd gericht staan op de Atlantische Oceaan. Binnen de muren genieten we onder meer van een panoramisch uitzicht over de gehele baai. Voor de terugweg zijn er twee opties: lopend door de zee – vanwege eb kan dat makkelijk – of opnieuw een ritje met Betty.
Voor wie
Omdat je alles moet hebben getest tijdens een studiereis, kiezen we voor onze volgende stop het openbaar vervoer. Daar kan ik kort over zijn: dat werkt precies hetzelfde als in Nederland, dus ook inchecken met je bankpas. Het enige verschil: het is een dubbeldekker! Onze stop is het pittoreske vissersdorp St. Aubin, waar we bij restaurant Salty Dog worden verwacht. Een van ‘the places to be’, want onze taxichauffeur tipte deze locatie al eerder. En ik ben het helemaal met hem eens. Prachtig ingericht, leuke bediening en fantastisch eten én drinken. Hiermee kom ik meteen bij datgene wat ik eerder zei: Jersey is voor de actieve reiziger, de cultuurliefhebber en de levensgenieter.
Meer zien én lezen? Ga dan snel naar Instagram.com/travmagazine_nl voor de stories. Dit artikel is verschenen in TravMagazine 13, klik hier om het hele magazine te lezen.
Geef een reactie