
Schiphol had het bouwcontract voor de A-pier met bouwbedrijf BN/TAV eind 2021 niet tussentijds mogen beëindigen. Dat heeft de rechtbank Amsterdam woensdag bepaald.
Schiphol staakte in november 2021 het contract met BN/TAV, een samenwerking van het Nederlandse Ballast-Nedam en het Turkse TAV. De luchthaven was niet tevreden over de kwaliteit en de voortgang van de werkzaamheden. De tekortkomingen waren echter niet ernstig genoeg om de overeenkomst eenzijdig te ontbinden, zegt de rechtbank in een tussenvonnis.
De bouwbedrijven wijten de problemen aan het gebrekkige ontwerp van Schiphol. De rechter is daarin meegegaan. De rechter houdt ook rekening met de consequenties die de beëindiging van het contract heeft voor de vele onderaannemers.
De bouw van de A-pier begon in 2018 en had in 2020 gereed moeten zijn. De werkzaamheden zijn in 2022 overgenomen door bouwer BAM. Deze kan de bouw naar verwachting eind 2026 voltooien.
Schiphol en BN/TAV moeten zich nu buigen over de financiële afwikkeling. Het bouwbedrijf claimt 282 miljoen euro aan meerkosten en schadevergoeding, inclusief de kosten voor onderaannemers en leveranciers. Schiphol claimde eerder al tientallen miljoenen aan schade.
De A-pier, die in totaal acht gates krijgt, wordt naar verwachting in april 2027 in gebruik genomen. De uitbreiding is nodig voor een betere doorstroom van passagiers in drukke periodes.
De rechter verwacht dat een definitief oordeel tot 2030 op zich kan laten wachten, aangezien beide partijen nog juridische mogelijkheden hebben en tot aan de Hoge Raad kunnen procederen. (Foto Schiphol, ter illustratie).