
In aanloop naar Prinsjesdag is lekken uit het kabinet traditioneel aan de orde van de dag. Uit de meest recente Prinsjesdagstukken blijkt dat het kabinet grote aanpassingen doorvoert in de rijksbegroting. Voor de reissector springt met name één passage in het oog: het kabinet verlaagt naar verluidt de vliegbelasting op langeafstandsvluchten en trekt het gelijk met Duitsland.
De reisbranche volgt de fiscale plannen vanuit Den Haag al lange tijd met argusogen. Eerder werd voor 2026 al een ‘reguliere’ verhoging van de vliegtaks aangekondigd (met 2,9% naar € 30,25 per ticket). De grote zorg van de sector zat echter in de plannen voor 2027 en verder: korte afstandsvlucht (binnen de EU en tot 2.000 km): € 29,40 per persoon, middellange afstand (2.000 km tot 5.500 km): € 47,24 per persoon en lange afstandsvlucht (meer dan 5.500 km, zoals de VS of Azië) zo’n € 72 per ticket.
Heroverweging op de lange afstand
Uit de gelekte begrotingsstukken blijkt nu dat het kabinet kijkt naar een herziening en aanpassing van deze geplande vliegbelasting op langeafstandsvluchten. Naar verluidt gaat de belasting op langeafstandsvluchten omlaag. Dat zou vanaf 2027 ongeveer € 72 euro per ticket worden, maar wordt nu aangepast naar € 59 per ticket.
De ANVR en verschillende luchtvaartmaatschappijen waarschuwden de afgelopen maanden al hevig voor de nadelige effecten van een doorgeslagen heffing op intercontinentale vluchten. Uit recent onderzoek bleek dat een te hoge verhoging van de vliegtaks op lange afstanden ertoe zou leiden dat Nederlandse consumenten en overstappers massaal uitwijken naar luchthavens in de buurlanden, zoals Brussel en Düsseldorf. Daarom wordt die belasting nu gelijkgetrokken met Duitsland.
Hoewel de exacte financiële uitwerking op derde dinsdag in september definitief moet worden gepresenteerd, geeft dit signaal aan dat de politieke druk uit de markt én van internationale partners niet onopgemerkt is gebleven.

Geef een reactie