
De SGR heeft in maart 2020 besloten om tijdelijk waardebonnen (vouchers) onder de garantiedekking te brengen. Op dat moment was niet voorzien dat de crisis in (onder andere) de reisbranche zo lang zou gaan duren. Inmiddels is duidelijk dat de crisis nog altijd voortduurt en dat vrijwel iedere SGR-deelnemer vouchers heeft verstrekt.
Daarmee is het risico van SGR bij faillissement van een deelnemer fors toegenomen. Immers tegenover de waarde van de uitgegeven vouchers staat geen bankgarantie, die zit onder normale omstandigheden alleen op de risicodragende omzet. Het bestuur van SGR heeft in de zomer van 2020 daarom besloten om de bestaande bankgaranties van deelnemers voorlopig niet te verlagen, indien dat op basis van de cijfers 2019 wel gerechtvaardigd zou zijn.
Alle deelnemers zijn daarvan per brief op de hoogte gebracht. Tot het treffen van een dergelijke maatregel moest wel worden overgegaan. Door het geven van garantie op vouchers behielden de deelnemers zo hun liquiditeit en hoefden daartegenover geen extra zekerheden aan SGR te verstrekken, Daarmee werd voor SGR het financiële risico wel aanzienlijk vergroot.
Deze maatregel heeft desondanks het nodige verzet opgeleverd, zeker bij die reisbedrijven die op grond van het voorgaande jaar (2019) op verlaging van de bankgarantie hadden gerekend. Sommige bedrijven hebben gedreigd met procedures en één deelnemer heeft inderdaad een kort geding aangespannen tegen SGR om een verlaging via de rechter af te dwingen. Ook deze deelnemer had onder SGR-dekking vouchers uitgegeven tot een veelvoud van de aan SGR verstrekte bankgarantie.
SGR stelde in de procedure dat zij met het besluit om de bankgaranties te bevriezen een evenwicht heeft gecreëerd tussen het toegenomen risico van SGR ten gevolge van de onder SGR-garantie gebrachte coronavouchers, waardoor de risicodragende omzet steeg, en het feit dat door het uitgeven van dergelijke vouchers de liquiditeitspositie van de deelnemers verbeterde zonder dat SGR van die deelnemers extra zekerheden ontving.
Dat de door de deelnemers op dat moment afgegeven zekerheden onvoldoende waren om het gestelde gestegen risico voor SGR te dekken, vond de rechter aannemelijk.
Desondanks vond de deelnemer verlaging gerechtvaardigd. Maar omdat de deelnemer geen onderbouwing had gegeven voor de stelling waaruit zou volgen dat zij in staat was het bedrag aan uitstaande vouchers aan de gedupeerde reizigers uit te keren en dat SGR aldus in het geheel geen risico liep, gaat de rechter aan deze stelling voorbij.
Dat de solvabiliteit en liquiditeit van de deelnemer op basis van de cijfers van 2019 feitelijk zouden zijn gestegen, doet daar niet aan af.
De rechter neemt aan dat als gevolg van de coronacrisis en de door SGR aan haar deelnemers geboden mogelijkheid coronavouchers onder SGR-garantie uit te geven, zonder het stellen van nadere zekerheid, de beoordeling van de jaarcijfers over 2019 geen reëel beeld geeft van de huidige solvabiliteit en liquiditeit.
De vordering van deze deelnemer wordt daarom afgewezen en de deelnemer wordt bovendien in de kosten van de procedure veroordeeld.
Mr. Nick A. de Leeuw
Bestuurslid SGR
e-mail: deleeuw@sgr.nl