
Met de Europese Verkiezingen in het vooruitzicht hebben ANVR en TravMagazine de handen ineengeslagen om de standpunten van de diverse partijen ten aanzien van reizen en toerisme in kaart te brengen.
Niet alle lidstaten stemmen op dezelfde dag; de verkiezing vindt plaats tussen 6 en 9 juni. Op donderdag 6 juni mogen Nederlanders naar de stembus om de Nederlandse leden te kiezen die ons land de komende vijf jaar in het Europees Parlement mogen vertegenwoordigen.
Van de 13 partijen die ANVR en TravMagazine hebben aangeschreven, hebben er 5 gereageerd. Het zijn drukke tijden voor de partijen.
Walter Schut, adjunct-directeur van de ANVR en initiator, heeft zo zijn eigen mening.
´Vanuit de branche komt er ingewikkelde en complexe Europese regelgeving op ons af. Samen met de TravMagazine hebben we relatief eenvoudige en voor de lezer (en kiezer!) relevante vragen gesteld aan alle 13 partijen. Het is toch wel tekenend dat veel grote partijen geen kans zien om vragen van een bij uitstek internationale sector te beantwoorden. Niet zo vreemd dus dat er geklaagd wordt dat de campagnes niet op gang komen.
Van de partijen die wel gereageerd hebben – uiteraard dank – zie ik wel algemene opvattingen maar weinig initiatieven voor verandering. Er zijn gelukkig ook positieve uitzonderingen die ons aanknopingspunten geven voor een gesprek. Per saldo is toch wel het beeld dat internationaal toerisme (te) weinig tractie geeft bij de Nederlandse Europarlementariërs. Dat maakt de lobby er niet eenvoudiger op. Er is voor ons nog veel zendingswerk voor de sector te doen. Daar gaan we na 6 juni weer stevig mee aan de slag.’

Hieronder een vrijwel integraal overzicht van de standpunten van de partijen die hebben gereageerd.
1.(Over) toerisme.
Reizen en toerisme zijn een belangrijke economische motor. Op welke manier kunnen de voordelen van toerisme nog meer ten goede komen aan de lokale bevolking? Hoe kijkt uw partij hiernaar en hoe ziet u de rol van reisbedrijven en consumenten?
JA21 (Michiel Hoogeveen)
‘Reizen is een belangrijke vrijheid van mensen, maar is daarnaast ook een belangrijke economische motor voor veel lokale gemeenschappen. Uiteraard moet er een evenwicht zijn tussen de verrijking van de reiziger en de verrijking van de lokale gemeenschap.
Volgens JA21 is het belangrijk dat de lokale gemeenschap zoveel mogelijk zelf kan beslissen over het lokale toeristische beleid. Het lokale beleidsniveau is dan ook de plek bij uitstek, kort bij de burger, om mogelijke ongemakken tegen te gaan. Het heeft hier in principe ook een grote vrijheid in. Het lokale bestuur is de beste plek om de noden inzake economie en samenleving voor toerisme op elkaar af te stemmen.’
Volt (Reinier van Lanschot)
´Volt streeft naar duurzaam toerisme dat zowel de belangen van toeristen als lokale gemeenschappen respecteert. We pleiten voor milieuvriendelijke praktijken, het behoud van cultureel erfgoed en steun aan lokale economieën. Reisbedrijven moeten verantwoordelijkheid nemenvoor hunimpact eninvesteren in lokale gemeenschappen. Consumenten worden aangemoedigd bewuste keuzes te maken, zoals het kiezen van klimaatvriendelijke accommodaties, dit bereiken we bijvoorbeeld door niet-duurzame reisvoorzieningen minder aantrekkelijk te maken en juist te investeren in klimaatvriendelijke mogelijkheden. Samen streven we naar toerisme dat plezierig is en respectvol voor lokale gemeenschappen en het milieu.´
ChristenUnie (Anja Haga)
‘Toerisme is goed voor de lokale economie, maar soms gaat het woonplezier eronder lijden, zie de situatie in Amsterdam of Venetië. Gemeenten moeten de mogelijkheid hebben om grenzen te stellen aan het aantal hotels of Airbnbs. Hiervoor moet onder andere de Dienstenrichtlijn aangepast worden. Het is vervolgens aan gemeenten om van die ruimte gebruik te maken en een afweging te maken in economie en woonplezier.’
BBB (Sander Smit)
De toerismesector draagt 10% bij aan het BBP van de Europese Unie en is daarmee een belangrijke pijler onder de Europese economie. Tegelijkertijd kunnen grote stromen toeristen impact hebben op lokale gemeenschappen en daarom reden zijn voor beperkende maatregelen. Dat soort maatregelen kunnen het beste op lokaal of regionaal niveau genomen worden: dicht bij de burger en afgestemd op de wensen van de lokale bevolking en bedrijven. De bevoegdheden van de Europese Unie op het gebied van toerisme zijn op dit moment dan ook beperkt en dat moet wat BBB ook zo blijven.
Tegelijkertijd kan versnippering van regelgeving het moeilijk maken voor reisplatforms om hun diensten in verschillende Europese landen aan te bieden. De recente Europese regelgeving omtrent de uitwisseling van data rondom kortetermijnverhuur kan hier behulpzaam zijn. Daarnaast mag ook van reisbedrijven zelf een inspanning worden verwacht om overtoerisme te voorkomen. Dat kan ook in het belang van de reissector zelf zijn wanneer hiermee ingrijpende overheidsmaatregelen worden voorkomen. Tot slot, kan bewustwording van consumenten helpen bij het voorkomen van overtoerisme.
Daarnaast wil BBB dat Timmermans’ beknellende Natuurherstelwet die het Europese platteland, natuurgebieden en agriturismo’s voor recreatie dreigt af te sluiten, definitief van tafel gaat. Anders dreigt overtoerisme in steden verder toe te nemen. Recreëren op de boerencamping op het rustige platteland moet volop mogelijk blijven.’
SGP (Bert-Jan Ruissen)
‘Vrije tijd is vrijheid. Reizen naar andere landen is leerzaam en leuk, maar ook hier geldt: alles met mate. Matigheid is een christelijke deugd. Ook in eigen land is nog veel te beleven. Van reisbedrijven en reizigers mag een verantwoord gedrag worden verlangd.
Toerisme is een bevoegdheid van de nationale en lokale overheden: die kunnen het beste ter plaatse de belangen afwegen. Gemeenten die de zondagsrust willen beschermen dienen die vrijheid te houden.’
2.Europees treinenbeleid
Voor reizen per trein zijn er in Europa nog vele obstakels. Europese voorstellen (MDMS) om tot één markt voor treinreizen te komen stuiten op weerstand van nationale spoorwegmaatschappijen en zijn op de langere baan geschoven. Per saldo is het een ware beproeving om met het gezin met de trein op vakantie te gaan naar Spanje of Italië. Wat is uw visie op deze problematiek, en overweegt u voorstellen of maatregelen om ervoor te zorgen dat de trein echt voor vakantiegangers kan concurreren met andere vormen van vervoer?
JA21 (Michiel Hoogeveen)
´JA21 is voorstander van de Europese gemeenschappelijke markt en is dus ook voorstander van het wegnemen van de belemmeringen waar het treinverkeer mee te maken heeft. Met andere woorden, moet er concurrentie komen op het spoor inzake reizigersvervoer, dit gebeurt vandaag al, maar verloopt niet altijd even goed. JA21 is echter geen voorstander om overal in de EU met Europese subsidies te gaan zwaaien om dit mogelijk te maken, vooral omdat een groot deel van deze rekening hier steevast bij Nederland komt te liggen. Wel moet het mogelijk zijn om -indien strikt noodzakelijk- EU-subsidies te gebruiken voor het beter connecteren van grensgebieden.´
Volt (Reinier van Lanschot)
´Volt wil dat in heel de EU een snel, betrouwbaar en uitstootvrij netwerk voor hogesnelheidstreinen, nachttreinen en snelbussen wordt aangelegd. Om dit te bereiken moet er een Europese Transportautoriteit (ETA) komen, met raadgevende wetgevingsautoriteit en f inanciële middelen. Zo krijgt de EU de verantwoordelijkheid om dit te realiseren. De ETA zal toezicht houden op investeringen in grensoverstijgende hogesnelheidstreinen in heel Europa, waardoor het bestaande gebrek van samenhang op het gebied van het spoor wordt gedicht. Wanneer dit gerealiseerd is, wil Volt een hogesnelheidstreinnetwerk dat alle steden met meer dan 100.000 inwoners verbindt. Kaarten voor deze treinen moeten verkrijgbaar zijn via een uniform platform dat in heel Europa beschikbaar is. Zo maken we reizen met de trein makkelijker en goedkoper.´
ChristenUnie (Anja Haga)
‘Een treinvakantie moet veel normaler worden. Het klopt dat er nu nog te veel obstakels zijn. Reis- en prijsinformatie moeten veel makkelijker beschikbaar zijn. Voorstellen hiervoor zullen we steunen. Via dezelfde systemen moet ook een huurauto te regelen zijn. Voor vliegvakanties is dit nu al normaal, omdat mensen graag bewegingsvrijheid hebben op hun vakantiebestemming. Maar ik denk niet dat dit het grootste probleem is, maar de prijsverschillen tussen de trein en het vliegtuig. De ChristenUnie wil dat vliegen een stuk duurder wordt en de trein veel goedkoper. Lidstaten moeten daarom btw gaan heffen op kerosine en btw op treintickets verlagen.’
BBB (Sander Smit)
‘BBB is voorstander van een uitbreiding en betere aansluiting van de Europese spoorweginfrastructuur. Allereerst moeten de spoorwegverbindingen in grensregio’s beter op elkaar worden aangesloten. Ook dienen de grote steden beter met elkaar verbonden te worden. BBB ondersteunt dan ook de Europese samenwerking en afstemming rondom de uitrol van grensoverschrijdende (spoor)infrastructuur, de zogenaamde Trans-Europese Transport Netwerken (TEN-T). Infrastructuur alleen is niet voldoende als de markt voor treintickets nog sterk nationaal is verdeeld. BBB kijkt daarom de komende periode mee hoe dit doel op de meest efficiënte manier bereikt kan worden. We zijn daarbij kritisch op sterke sturing vanuit Brussel, maar erkennen dat belangen van nationale staatsbedrijven niet tot onnodige vertraging moeten leiden.’
SGP (Bert-Jan Ruissen)
‘SGP wil een snel internationaal treinnetwerk, dat grote delen van Europa goed bereikbaar maakt, zodat de trein een serieus alternatief wordt voor het vliegtuig. Belangrijke steden in Europa moeten via een hogesnelheidstreinnetwerk met elkaar verbonden zijn. Zowel ‘Brussel’ als de EU-landen moeten fors investeren in grensoverschrijdende treinverbindingen. De opbrengst van een Europese vliegbelasting moet naar internationaal treinverkeer.
Internationale treintickets moeten in ieder EU-land hetzelfde kosten, zowel aan het loket als via internet. EU-landen moeten de regels harmoniseren voor zaken als inchecken van bagage (de fiets!), informatievoorziening over dienstregelingen, enz.’
3.Airline faillissementen en regelgeving
De afgelopen jaren zijn enkele tientallen Europese luchtvaartmaatschappijen failliet gegaan. Klanten zijn hun geld kwijt en/of moeten tegen hoge kosten zelf zien terug te komen. Een coalitie van partijen heeft een verplicht airline-garantiefonds voorgesteld, zoals al bestaand in onder meer Denemarken. Hoe kijkt uw partij hiernaar?
JA21 (Michiel Hoogeveen)
‘JA21 is geen voorstander van een extra airlinegarantiefonds. Dit zal namelijk betaald worden door reizigers van luchtvaartmaatschappijen die wel goed geleid en solvabel zijn. De klant die boekt bij een slecht geleide luchtvaartmaatschappij heeft hier waarschijnlijk ook zijn redenen voor gehad. Hij heeft ook een verantwoordelijkheid hiervoor. Werkt hij via een betaalde tussenpersoon, dan kan hij zich richten tot de tussenpersoon.’
Volt (Reinier van Lanschot)
‘Volt erkent de noodzaak om de rechten van passagiers te beschermen, vooral in het licht van de recente faillissementen van Europese luchtvaartmaatschappijen. Het is onaanvaardbaar dat passagiers hun geld verliezen en geconfronteerd worden met hoge kosten om thuis te komen als gevolg van dergelijke faillissementen. Daarom steunen we het voorstel voor een verplicht airline-garantiefonds, zoals al bestaand in sommige Europese landen, om de reizigers te beschermen tegen financiële verliezen. Bovendien zijn wij van mening dat de luchtvaartsector moet worden hervormd om duurzamer en rechtvaardiger te worden. Daarom pleiten we voor het schrappen van korte-afstandsvluchten, die vaak een hogere milieubelasting hebben per afgelegde kilometer in vergelijking met alternatieve vervoersmiddelen zoals treinen. Deze maatregel zal niet alleen helpen om deCO2-uitstoot te verminderen, maar ook om overbelaste luchthavens te ontlasten en investeringen in duurzame alternatieven te bevorderen.’
ChristenUnie (Anja Haga)
‘Klanten moeten hierin beter beschermd worden. In Nederland hebben we onder andere het SGR-fonds voor pakketreizen. Dit kan uitgebreid worden naar losse vliegreizen. Dat zou voor Nederland makkelijker zijn dan een nieuw Europees fonds op te richten. De ChristenUnie is dus voor de bescherming van klanten, maar de vraag is hoe we dat het beste vormgeven.’
BBB (Sander Smit)
‘Het opzetten van een ticketgarantiefonds is niet noodzakelijkerwijs een Europese aangelegenheid. Dat blijkt ook uit het SEO onderzoek in opdracht van ANVR naar een nationaal ticketgarantiefonds. Een nationaal ticketgarantiefonds kan reizigers op een kosteneffectieve wijze beschermen en is het relatief eenvoudig te implementeren.
Uit datzelfde onderzoek blijkt echter ook dat een Europees ticketgarantiefonds een bredere dekking biedt en een minder marktverstorende werking heeft dan een nationaal fonds. BBB staat daarom positief tegenover een verkenning van afspraken in een zogenaamde “kopgroep” van lidstaten om tot een gemeenschappelijk garantiefonds te komen.
Een samenwerking in een kopgroep gaat op basis van vrijwilligheid, kan eerder tot resultaat leiden en is in lijn met de oproep van BBB om vaker ‘flexibel’ samen te werken binnen de Europese Unie.’
SGP (Bert-Jan Ruissen)
‘Reizigers met een pakketreis zijn beschermd tegen faillissementen van het reisbureau. Het zou goed zijn te onderzoeken of de internationale gemeenschap dat kan uitbreiden, zoals naar faillissementen van luchtvaartmaatschappijen. Zeker op afgelegen oorden hebben gestrande passagiers immers zelden alternatieven voor een tijdige terugkeer.’
4.Green Deal en luchtvaart
Net als andere sectoren zal ook de luchtvaart maatregelen moeten nemen om tot netto zero emissies in 2050 te komen. Door de EU zijn in de Green Deal duidelijke afspraken gemaakt over de bijdrage van de luchtvaart. Via ETS maar ook een minimumaandeel (34% in 2040; 70% in 2050) van duurzame brandstoffen. Mooi natuurlijk, maar het plaatst de Europese luchtvaartmaatschappijen in een concurrentienadeel ten opzichte van maatschappijen uit landen buiten de EU. Hoe wilt u voorkomen dat we straks intercontinentaal alleen nog vliegen met airlines van buiten de EU?
JA21 (Michiel Hoogeveen)
‘JA21 verzet zich tegen de Green Deal en heeft in de afgelopen legislatuur tegen deze maatregel gestemd, net omwille van het concurrentiele nadeel dat Europese luchtvaartmaatschappijen hiervan ondervinden. Wij willen dit voorkomen door deze maatregel af te schaffen in de volgende legislatuur van het Europees Parlement.’
Volt (Reinier van Lanschot)
‘Om te voorkomen dat Europese luchtvaartmaatschappijen een concurrentienadeel ervaren ten opzichte van buitenlandse maatschappijen, moeten we streven naar internationale samenwerking en gelijkwaardige regelgeving op mondiaal niveau. Dit kan worden bereikt door diplomatieke inspanningen en het aangaan van bilaterale en multilaterale overeenkomsten om duurzaamheidsnormen in de luchtvaartsector te bevorderen. Volt pleit voor een evenwichtige benadering waarbij duurzaamheid, economische concurrentiekracht en internationale samenwerking hand in hand gaan om te zorgen voor een levensvatbare en groene toekomst voor de Europese luchtvaartsector.’
ChristenUnie (Anja Haga)
‘We vinden het heel belangrijk om iets te doen aan de uitstoot van de luchtvaart. Het ETS en verplichte bijmenging zijn hier goede instrumenten voor. De ChristenUnie wil dat alle vluchten die in de EU landen of vanuit de EU opstijgen, onder deze verplichtingen vallen. Ook als dit vluchten zijn van niet-Europese maatschappijen. Zo is er geen concurrentienadeel voor Europese bedrijven.’
BBB (Sander Smit)
‘BBB kijkt zeer kritisch naar eenzijdige normen voor de Nederlandse of Europese luchtvaart. De redenering daarbij is eenvoudig: het klimaat is niet gebaat bij verplaatsing van uitstoot, terwijl eenzijdige normen de Europese luchtvaart economisch schaden. Hieronder lichten we ons standpunt ten aanzien van de verschillende maatregelen toe:
-ETS: Vooralsnog gelden nog kosteloze emissierechten voor de luchtvaart. Vanaf 2026 worden deze emissierechten geveild. De inkomsten uit de veiling vloeien in een innovatiefonds. BBB ziet er op toe dat de gelden daadwerkelijk ten goede komen aan de Europese luchtvaartindustrie en haar internationale concurrentiepositie niet wordt ondermijnd.
-Bijmengverplichting: BBB staat daarnaast in beginsel positief tegenover de bijmengverplichting onder voorwaarde dat deze voldoende alternatieve brandstoffen worden geproduceerd in Europa en tegen een concurrerende prijs. Op dit moment is dat niet het geval omdat een langetermijnstrategie voor de productie van deze brandstoffen ontbreekt.
-Accijnzen: BBB staat open voor de afbouw van de accijnsvrijstelling voor kerosine indien hier mondiale afspraken over worden gemaakt.’
SGP (Bert-Jan Ruissen)
‘De SGP wil een wereldwijd werkend emissiehandelssysteem. Dit beperkt de CO2-uitstoot internationaal en creëert eerlijke concurrentie tussen de luchtvaartmaatschappijen. De SGP bepleit ook Europese afspraken over het eerlijk belasten van vliegreizen en over accijns op kerosine.’
5.Richtlijn pakketreizen: meer of minder bescherming van klant?
In de afgelopen jaren is het aandeel van pakketreizen in het totaal aantal reizen steeds verder afgenomen. De EU heeft nu weer maatregelen voorgesteld (in een vernieuwde Richtlijn pakketreizen) die ertoe moeten leiden dat deze meest consumentenbeschermende richtlijn, nog beschermender moet worden. Dat zorgt voor nog meer financiële belasting van reisbedrijven. En dat maakt dat steeds minder reisbedrijven pakketreizen zullen aanbieden met als gevolg dat steeds minder consumenten beschermt op reis gaan en dat dus het tegendeel wordt bereikt wat door de EU wordt beoogd. Hoe wil uw partij voorkomen dat op dit punt consumenten in een verslechterde positie komen? Of gaat uw partij de huidige PTD voorstellen onverkort steunen?
JA21 (Michiel Hoogeveen)
‘JA21 steunt deze nieuwe voorstellen niet. Net zoals correct gezegd wordt in de vraagstelling, komt de extra bescherming met een prijs. Een prijs die uiteraard door de consument zal moeten worden betaald, waardoor het commercieel minder interessant wordt voor de reissector om deze pakketreizen aan te bieden. Waardoor de prijs voor dergelijke pakketreizen nog verder zal stijgen. Het omgekeerde dient net te gebeuren, minder regelgeving, waardoor de markt volop kan spelen.’
Volt (Reinier van Lanschot)
‘Volt streeft naar een evenwichtige benadering waarbij de belangen van zowel consumenten als reisbedrijven worden gewogen. Het is essentieel om consumenten te beschermen tegen financiële risico’s bij het boeken van pakketreizen, maar tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat deze bescherming niet leidt tot een belemmering van het aanbod van pakketreizen door reisbedrijven. Dit kan worden bereikt door een kritische evaluatie van de voorgestelde maatregelen in de vernieuwde Richtlijn pakketreizen, waarbij wordt gekeken naar de impact op zowel consumenten als reisbedrijven. Indien nodig zullen we voorstellen doen om eventuele onevenwichtigheden aan te pakken en een passend wettelijk kader te creëren dat zowel de consumentenbescherming versterkt als het aanbod van pakketreizen stimuleert. Zo bevorderen we bijvoorbeeld de samenwerking tussen reisbedrijven en consumentenorganisaties om richtlijnen te ontwikkelen die zowel de consumentenbescherming waarborgen als de belangen van reisbedrijven.’
ChristenUnie (Anja Haga)
‘We vinden het beschermen van consumenten belangrijk, op welke manier ze ook hun vakantie boeken. We staan positief tegenover de huidige PTD-voorstellen, maar zullen het op onderdelen proberen te verbeteren. De extra kosten voor reisbedrijven lijken mee te vallen en de extra bescherming van klanten is ons een lief ding waard. Als we consumenten ook in andere gevallen beter beschermen, zoals met losse tickets, zijn consumenten in alle gevallen beter af.’
BBB (Sander Smit)
‘BBB staat kritisch tegenover de voorgestelde wijzigingen van de Richtlijn pakketreizen. We zijn niet overtuigd dat de voordelen van deze wijzigingen opwegen tegen de extra administratieve lasten voor reisorganisaties en toezichthouders. BBB roept de Europese Commissie op om zich de komende jaren te richten op handhaving van bestaande regelgeving in plaats van verdere aanscherping. Dit is essentieel om een gelijk speelveld binnen de Europese Unie te behouden. In ons verkiezingsprogramma pleit BBB meer algemeen tot het terugdringen van regeldruk, zoals nader toegelicht in het antwoord op de onderstaande vraag.’
SGP (Bert-Jan Ruissen)
‘Goed onderzoek naar de effecten is nodig. Als de EU de pakketreizigers beter wil beschermen, moet dat in verhouding staan tot de kosten. Reizigers die zelf direct iets boeken, moeten goede informatie krijgen over de risico’s die zij lopen.’
6.Regelgeving
De uitbreiding van de EU, de gezamenlijke regelgeving, de euro en afschaffing van grensbelemmeringen hebben een enorm positief effect gehad op het toerisme in Europa. Reisondernemers zijn hier uiteraard zeer blij mee. Toch horen wij meer en meer kritiek, zoals enorme administratieve verplichtingen bij de DAC-richtlijn, maar ook de voorgestelde EU anti-greenwashing-regels die ertoe leiden dat meer bedrijven niks meer zullen vermelden over hun duurzaamheidsinspanningen uit vrees voor boetes. Meer en meer roept de Europese regeldrift weerzin bij ondernemers op. Begrijpt u dit en wat zou u hier aan kunnen doen?
JA21 (Michiel Hoogeveen)
‘Voor JA21 moet dereguleren de hoofdtaak worden van de volgende Commissie. Zo heeft JA21 zich fel verzet tegen de wetgeving rond CSDDD en CSRD. Al deze regelgeving brengen een enorme administratieve last met zich mee, maar wat men vaak vergeet is dat deze administratieve last een hoge prijs heeft en in feite een belasting is. Voor de reissector zorgt die ervoor dat de winstmarges onder druk komen, terwijl dit voor de klant niet leidt tot lagere prijzen. JA21 is dan ook van plan om zich te verzetten tegen verdere regelgeving in de volgende legislatuur en zich actief in te zetten voor minder Europese Regels.’
Volt (Reinier van Lanschot)
‘Ondernemers komen om in de hoeveelheid regelingen. Dit staat innovatie en maatschappelijke impact in de weg. Daarom wil Volt minder administratieve lasten, en moet er een Deltaplan Vermindering Administratieve Lastendruk komen voor ondernemers. De IDD moet verzekeraars in staat stellen betaalbare opties te bieden voor reizen met een hoge waarde. Het recht op passende verzekeringen is essentieel voor alle reizigers, ongeacht de reissom, om financiële bescherming te garanderen en risico’s te minimaliseren. Het is belangrijk dat wetgeving ter bescherming van consumenten en het milieu niet onnodig belastend wordt voor MKB-ondernemers. Om de situatie snel te verbeteren, moeten we de administratieve lasten verlichten door de regelgeving te vereenvoudigen, ondersteuning te bieden bij naleving en ruimte te bieden voor flexibiliteit en innovatie binnen het MKB.’
ChristenUnie (Anja Haga)
‘De ChristenUnie snapt dat ondernemers de regels soms te veel vinden worden. Soms zijn er inderdaad te veel of tegenstrijdige regels. En dan moeten we ze ook afschaffen. Maar wij zien vaker dat ze te onduidelijk zijn. Of dat lidstaten zelf nog weer regels bovenop Europese regels leggen. We zijn wel voorstander van regels die bedrijven dwingen om hun bedrijf te vergroenen en om te voorkomen dat mensen in andere landen de dupe worden van hun werk. Maar die regels moeten wel duidelijk zijn. En als we in heel de EU dezelfde regels hanteren, hebben we een mooi gelijk speelveld voor alle ondernemers.’
BBB (Sander Smit)
‘Het verminderen van regeldruk is een belangrijk speerpunt in het verkiezingsprogramma van BBB. Dit is cruciaal om Europese bedrijven in alle sectoren, niet alleen in de reisbranche, concurrerender te maken. BBB pleit daarom voor de aanstelling van een aparte commissaris Concurrentiekracht & MKB, die zich exclusief richt op het terugdringen van regeldruk bij zowel bestaande als toekomstige regelgeving. Daarnaast zal BBB nauwlettend toezien op de uitvoering van het voornemen van de Europese Commissie om 25% van de rapportageverplichtingen voor bedrijven te schrappen. Tot slot is BBB bijzonder kritisch op de CRSD- en CSDDD-wetgeving. Deze wetgeving leidt tot aanzienlijke administratieve lasten en juridische risico’s voor grote bedrijven en in toenemende mate ook voor het MKB.’
SGP (Bert-Jan Ruissen)
‘SGP heeft de slogan: ‘rem Europa’. De Brusselse bemoeienis gaat namelijk te ver. De EU moet stoppen met de stapeling van regelgeving en niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Er moet steeds gestuurd worden op het doel. Daarbij passen geen top-downvoorschriften over de manier waarop en de middelen waarmee die doelen bereikt moeten worden. De administratieve lasten voor bedrijven moeten drastisch omlaag. Vertrouwen en maatschappelijke waardering voor ondernemers moeten hersteld en bevorderd worden.’ (Foto’s Shutterstock).