
Zo’n honderd jaar geleden was ik de eerste Nederlandse toerist in het Turkse Bodrum. Althans, ik maak mezelf graag wijs dat ik deze inmiddels populaire plaats voor medereizigers heb ontdekt. Ik sluit trouwens niet uit dat het korter geleden is.
Er was in die tijd nog geen sprake van massahotels, maar kleinschalige nieuwbouw. We boekten drie weken een hotel in het kustplaatsje Gümbet en hoefden maar voor twee te betalen, zo graag wilden de lokale hoteliers buitenlandse toeristen tot een verblijf verleiden. Het was de tijd van de eerste prille stappen richting massatoerisme.
Ons hotel van twee verdiepingen had als eerste in de regio zonnepanelen op het dak, om gasten van warm douchewater te voorzien. Ze deden het voor geen meter en het water bleef ijskoud, maar vooruitstrevend was het wel. Ik leerde in die tijd mijn eerste en tot nog toe enige zin in het Turks: ‘Bedankt, het heeft lekker gesmaakt.’ Ik maakte er vrienden voor het leven mee in lokale restaurants.
Met uitzondering van een paar korte werkbezoeken was ik lang niet meer in Turkije geweest. Tot eind april, tijdens de ‘High level meeting’ in Izmir, een initiatief van ANVR en Turks Verkeersbureau.
Turkije blijkt voorloper op het gebied van duurzaamheid en in het verlengde daarvan wordt het ‘andere’ Turkije gepromoot; met de fiets de natuur in, culturele schatten bewonderen en het culinaire Turkije ontdekken. In het kader daarvan werden de Nederlandse reismanagers voor lunch en diner meegenomen naar toprestaurants. Iemand moet het tenslotte doen. Zo ontmoette ik sterrenkok Osman Sezener, die op een half uur rijden van Izmir zijn restaurant OD Urla is begonnen.
Hij toonde trots de grote tuin naast zijn restaurant waar hij de helft van zijn ingrediënten vandaan haalt, zijn luxe gastenhuis met zeven kamers en een wijnkelder met duizenden flessen. Ondertussen kookt hij de sterren van de hemel. Na het eten ging ik naar hem toe en sprak na al die jaren mijn enige Turkse zin, die in mijn herinnering klonk als: Teşekkür ederim, yemeklerim berendim.
Vrij vertaald: ‘Bedankt, het heeft lekker gesmaakt.’
Hij keek me niet- begrijpend aan. Ik herhaalde mijn zin nog twee keer in mijn beste Turks en stapte tenslotte maar over naar het Engels. Osman lachte vriendelijk. ‘O, bedoel je dat. Je moet wat vaker naar Turkije komen, dan kun je meer oefenen.’ Ik besloot hem niet tegen te spreken. Turkije smaakt inderdaad naar meer.
Theo de Reus
theo.de.reus@travmedia.nl