
Per toeval en na tal van verschillende banen, belandde Gerry van Walsem in het verzekeringswezen waar hij veel langer bleef hangen dan voor hem gebruikelijk was. En dat al bijna 40 jaar. In juni neemt hij afscheid.
Een studiebol noemt deze Amsterdammer zichzelf niet. ‘Zeker niet, toen ik op mijn zestiende klaar was met de Mulo wilde ik niet verder leren. Via een kruiwagen kon ik aan de slag bij de Nederlandse Crediet Bank in Amsterdam op de computerafdeling waar ik een opleiding kreeg tot programmeur. Na een tijd wist ik dat dit eigenlijk niets voor me was en schreef me in bij een uitzendbureau. Ik heb toen allerlei banen gehad; ik heb onder meer gewerkt als administratief medewerker in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en ben warme bakker geweest.’ Tot Van Walsem een vacature van Elvia Reisverzekeringen zag waarin werd gevraagd naar schadecorrespondenten. Hij mocht op gesprek komen en voor Van Walsem thuis was, had Ton Kenter (voormalig commercieel directeur) al gebeld met de vraag of hij de dag erop kon beginnen. ‘En dat is een beetje uit de hand gelopen’, zegt hij lachend. ‘Ik dacht nog dat ik dit een paar maanden zou doen, maar inmiddels werk ik er al bijna 40 jaar.’
Voldoening
Op de vraag waarom hij wél is blijven hangen in de verzekeringswereld, antwoordt Gerry van Walsem: ‘Na een jaar te hebben gewerkt als schadecorrespondent werd ik verantwoordelijk voor reisbagageschades, zoals kapotte koffers en camera’s. De reiswereld groeide door en door en onze afdeling dus ook, waardoor ik het attractief genoeg vond om te blijven.’ Na zo’n tien jaar wilde Van Walsem iets anders en zijn toenmalige directeur, Trevor de Vries, vroeg hem mee te bouwen aan een alarmcentrale waar de verzekeringsmaatschappij een jaar voor uittrok. In 1994 opende de centrale en ging Van Walsem er aan de slag waar hij na verloop van tijd niet alleen manager werd, maar ook teamleader en crisiscoördinator bij rampen. ‘Dat vond ik dankbaar werk.’ Voor deze functie reisde hij regelmatig en op stel en sprong met collega’s en artsen naar rampen in allerlei landen – van Bolivia en Israël tot Ecuador en Egypte. ‘Op de momenten dat ik zelf niet meereisde naar rampen in het buitenland, was ik crisiscoördinator op de alarmcentrale in Amsterdam. Dat deed ik onder meer ten tijde van 9/11, de aardbeving op Haïti en de tsunami in Thailand. Ondanks dat deze rampen heel ernstig waren, gaf het mijn collega’s en mij veel voldoening dat we de mensen na zo’n traumatische ervaring konden helpen.’
Visie op de Pandemie
Wanneer we Gerry vragen naar zijn mening over het verzekeren van pandemieën is zijn visie helder. Er wordt veelal geroepen dat er een dekking moet komen voor een pandemie. ‘Als je Nederland vergelijkt met andere landen, dan zie je dat verzekeringsmaatschappijen in het buitenland een pandemie uitsluiten en de meeste Nederlandse maatschappijen doen dat niet. Dat betekent dat als je zelf corona hebt en daardoor niet op vakantie kan gaan, je bent verzekerd. Dat is al een betere dekking dan in de landen om ons heen. Je bent alleen niet verzekerd als je afreist naar een land met code oranje of rood. Je merkt dat er behoefte is binnen de reissector om zoveel mogelijk reizen te faciliteren, maar dat is moeilijk als bijna de hele wereld oranje is. Afgelopen zomer zagen we dat het reisadvies van een land als Kroatië plotseling op oranje ging, vervolgens moesten vakantiegangers worden teruggehaald. Dat zijn hele dure operaties, ook als het gaat om annuleren en omboeken. We noemen dat cumulatierisico’s, iets gebeurt dat een grote groep raakt en hoge kosten met zich meebrengt. Dit is vrijwel niet verzekerbaar. Dit gaat de reisverzekering te buiten.’
Lees het hele interview in de Top 50-editie.
