
Een gemiddelde bruto winstmarge wordt door veel startende reisorganisaties gebruikt als uitgangspunt voor hun businessmodel. Volgens Thiemo Hollering, bestuurder van garantiefonds VZR Garant, kan dat echter tot verkeerde financiële keuzes leiden indien het niet in de juiste context geplaatst wordt.
In het nieuwste artikel in VZR Garant Visie, de kennisrubriek van VZR Garant, legt Hollering uit waarom een branchegemiddelde weliswaar een nuttig vertrekpunt kan zijn, maar nooit zonder context als norm gebruikt zou moeten worden.
Branchegemiddelden bieden houvast, maar zijn geen stuurgetallen
Veel ondernemers kijken bij de start van hun reisbedrijf naar benchmarkcijfers uit de branche. Dat is begrijpelijk, stelt Hollering. Het risico ontstaat pas wanneer zo’n branchegemiddelde, zoals bijvoorbeeld het gemiddelde margepercentage, wordt gezien als een doel op zichzelf.
Volgens hem wordt deze bruto winstmarge, gedefinieerd als omzet minus directe inkoopkosten, in de praktijk vooral bepaald door factoren zoals de subsector waarin het bedrijf actief is, de positionering van het bedrijf en de onderliggende kostenstructuur. Daardoor kunnen twee reisorganisaties met een vergelijkbare omzet financieel totaal verschillend presteren.
Een lage marge laat zich niet altijd later herstellen
Een belangrijk inzicht uit het artikel is dat veel starters ervan uitgaan dat een relatief lage marge later eenvoudig kan worden verhoogd. In de praktijk blijkt dat vaak lastiger.
Stijgende inkoopprijzen moeten immers eerst worden doorberekend en verdere prijsverhogingen zijn lang niet altijd mogelijk zonder gevolgen voor de vraag. De keuzes die een ondernemer bij de start maakt, bepalen daardoor vaak ook de financiële ruimte in de jaren daarna.
Hoge marges betekenen niet automatisch een gezond bedrijf
Ook het omgekeerde komt volgens Hollering regelmatig voor. Een hoge bruto winstmarge betekent niet automatisch dat een onderneming financieel gezond is.
Hij wijst daarbij op de grote verschillen binnen de reisbranche. Een wintersportorganisatie opereert in een heel andere markt dan een aanbieder van zeilreizen met een eigen schip. Waar de één beperkte margeruimte heeft door prijsconcurrentie, kent de ander juist hoge bruto marges, maar ook een aanzienlijk zwaardere vaste kostenstructuur.
Volgens Hollering zegt een margepercentage daarom pas iets wanneer het wordt bekeken in samenhang met de totale kostenstructuur, de prijsstelling en de groeiplannen van de onderneming.
Financiële gezondheid vraagt om meer dan omzetgroei
In het artikel benadrukt Hollering daarnaast dat omzetgroei op zichzelf geen garantie is voor een financieel gezonde onderneming in de toekomst. Zonder voldoende marge, buffers en realistische groeiscenario’s kan een reisorganisatie jarenlang groeien, terwijl de winstcapaciteit achterblijft.
Juist daarom pleit hij ervoor om branchebenchmarks vooral als vertrekpunt te gebruiken en deze altijd te vertalen naar de eigen situatie.
Het volledige artikel van Thiemo Hollering is te lezen in VZR Garant Visie, de kennisrubriek waarin VZR Garant samen met experts uit en rondom de reisbranche praktijkgerichte inzichten deelt over financiële gezondheid, ondernemerschap, wet- en regelgeving en andere actuele thema’s voor reisorganisaties.
Lees hier het volledige artikel op de VZR Garant website.
Foto: Thiemo Hollering (Foto VZR Garant).
Geef een reactie