
Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken stijgt het aantal Nederlanders dat psychische problemen krijgt in het buitenland. Afgelopen jaar waren er zestig gevallen waarbij lokale Nederlandse ambassades moesten assisteren. Tessa Martens, clusterhoofd bij MinBuZa, geeft advies over hoe je moet handelen als het jouw klant betreft.
‘Vergeleken met tien jaar geleden is het aantal Nederlandse reizigers in psychische nood flink toegenomen’, vertelt Martens. ‘We denken dat het komt doordat mensen sneller en gemakkelijker een reis naar het buitenland ondernemen. Het is ook steeds goedkoper geworden. Daarbij komt dat mensen vaak geen reisverzekering afsluiten. Dan is er dus geen alarmcentrale die te hulp schiet en dus komen deze hulpvragen bij ons terecht.’
Gezin
Van die zestig gevallen per jaar gaat het vooral om vakantiegangers, zegt Martens. ‘Het kunnen backpackers zijn, maar ook mensen die op gezinsvakantie zijn, georganiseerd of ongeorganiseerd, mannen en vrouwen, op alle bestemmingen. Er valt dus geen peil op te trekken wie het overkomt. Vaak gaat het om mensen die in Nederland al psychische problemen hebben, maar die hun aandoening in een vast ritme onder controle hebben. Of ze stoppen in het buitenland met hun medicijnen omdat ze zich ontspannen voelen en dan gaat het mis. We zien jongeren die naar full moon parties zijn geweest en veel drugs en drank hebben gebruikt of backpackers die lang van huis zijn en in de war raken door alle indrukken.’
Voor de familie van de reiziger of de persoon zelf is de reisorganisatie een logisch eerste aanspreekpunt bij problemen. Wat raadt Martens aan? ‘Kijk eerst of de patiënt een goede verzekering heeft met medische repatriëring. Dan kun je direct contact opnemen met de alarmcentrale voor de verdere afwikkeling. Als de reiziger niet is verzekerd, dan moet je de ambassade ter plaatse informeren om samen te zoeken naar een oplossing. Wij kunnen bijvoorbeeld helpen door contact te leggen tussen de behandelend arts in Nederland en een arts op de reisbestemming. Het gaat erom de patiënt zo snel mogelijk terug te halen naar Nederland voor verdere behandeling.’