Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Next
event
in

96

days
Scroll naar boven

Top

Zomercolumn: 48 uur in Bangkok

Door: | 19 juli, 2017

Wat doe je als man alleen in Bangkok? De avond ging vallen, de avond was vrij, de avond was jong.

Deze week bracht werk mij heel kort naar Thailand. Twee nachtjes maar, een tikje gekkenwerk, maar Bangkok is als Real Madrid; als die je roept, dan ga je. Royston Drenthe ging naar Bangkok! Twee keer eerder was ik er, dus ik wist het antwoord al: massage. Een paar fikse deadlines, een drukke proefwerkweek van dochterlief, net een lange vlucht. Mijn rug was als mijn hoofdtelefoon, vol knopen. Mijn hoofd een Vesuvius met first world problems. Ik moest de boel herijken. Thaise massage is altijd een goed idee.

Tuk tuk

Ik stapte in een Tuk Tuk en ging op advies van de Thaise gids naar Soi 16, een zijstraatje van de totale gekte geheten Sukhomvit Road. Een klein onooglijk tentje, en dat stemde mij tevreden, die zijn doorgaans het beste. Buiten was Bangkok Bangkok. Heet, vochtig, druk, lawaaiig, intens, geurend naar jasmijn met af en toe een vleug afval, of andersom. Ik stapte de verborgen oase binnen en werd vriendelijk verwelkomd.

Tea sir?’. Ik had een soort pyjama aangetrokken en ging liggen voor mijn Thaise massage. De methodiek is vast bekend: een geleidelijke lijdensweg op pad naar een tijdelijke wedergeboorte. No pain, no gain, zo kan het ook. ‘What kind of tea?’ vroeg ik. ‘Relax-tea mista Tjin’ antwoordde de masseuse in haar lieve gebroken Engels. ‘Thai herb relax tea…

Khao San Road

Twee uur later stapte ik als herboren de massagezaak uit. De jetlag was weg, de spieren soepel. Ik voelde mij vederlicht. Zo licht zelfs dat ik merkte dat ik bij het wandelen steeds een beetje boven de grond kwam. Zou het? Ik flapperde met mijn armen en steeg een meter boven de grond. What the fuck? Ik gaf extra kracht en opeens cirkelde ik vijftig meter in de lucht. Twee minuten later maakte ik mijn eerste looping en had ik de enige echte birds eye view van Krung Thep. Ik vloog langs de tempels, de Chao Phraya rivier, de heerlijke geurende eetstalletjes, en pikte nootjes van de tafels van de luxe rooftopsbars. Maar opeens, honderd meter boven Khao San Road, viel mijn oog op iets opmerkelijks. Of beter: iemand.

Ik landde op het rivierterras van het Oriental Hotel en zei: Steven? Nee, niet Van der Heijden. Steven Seagal! Voor wie hem niet kent: formidabel B-acteur uit mijn jeugd met culthits als Marked for Death en Hard to Kill, koning van de videotheek., voor wie Stallone of Schwarzenegger niet kon betalen. Maar ook: volleerd vechtsporter, met een 7e dan in aikido. Getrouwd met een Mongoolse, veelvuldig Azië-ganger. De belangrijkste lama van de nyingmatraditiePenor Rinpoche, proclameerde hem in 1998 tot de reïncarnatie van een 17e-eeuwse zoeker van manuscripten. Zijn naam is dus sinds 1998 Chungdrag Dorje Rinpoche.

Hij was een paar kilootjes aangekomen, maar ik zag in de toch imposante en gespierde acteur een bijna een Boeddha-achtige verschijning (…achtige! Niet echt dus, ik wil graag Thailand weer in, dus met alle respect voor Boeddha, en de koning is ook geweldig. Dat luistert daar nauw). ‘Hi Tijn’, zei hij. ‘There you are, I was waiting for you…’

Bonsaiboom

‘Steven, wat brengt je eigenlijk in Bangkok?’ We doorliepen de achterafstraten en ik was allang de weg kwijt. En dat zag hij als wijs man meteen in. ‘Kijk Tijn, elke vakantie is een reis maar niet elke reis is een vakantie’ antwoordde hij. Ik deed mijn best zijn diepe woorden te laten bezinken. ‘Dat klinkt best zorgwekkend Steven’ zei ik, bij gebrek aan iets slims. ‘Beste Tijn, dat is het juist, je moet je wat minder zorgen maken. Verander enkel wat je kan, in iemand die je wil zijn. De grond maakt zich geen zorgen, en enkel daar groeien de bomen.’ Hij deed zijn hand open. ‘Hier, een zaadje van een Bonsaiboom, eet het, je zult het snappen.’ Het zag eruit als een pilletje.

Normaal doe ik dat niet, uit angst voor wakker worden met een nier minder of een verkrampt gevoel in de extra lage lage onderrug. Maar ik vertrouwde hem. Wie liepen weer over de Sukhomvit Road en ik zag de reflectie van een winkelraam. Fucking hell, ik was veranderd in een grote Bengaalse tijger. ‘Zie je Tijn, met te veel last op je schouders staat er te veel druk op je twee voeten. Nu heb je er al vier en verdeel je de last en loop je vrijer.’  Ik bewonderde mijzelf nogmaals in de winkelramen en begon het te begrijpen. Ik verslond tussendoor even een dikke oude toerist met een veel te jong meisje (je bent immers niet elke dag een Bengaalse tijger) en gaf haar zijn creditcards. ‘Maar dit dan Steven, ik ben niet wereldvreemd of naïef, maar ergens gaat dit toch te ver’ wijzend op de foute neonstraten van Bangkok die in geen enkele toeristische folder staan maar die iedereen kent.

Wijs

Luister mijn viervoetige vriend. Ik vertel je het verhaal van Koning Rana de Vijfde. Hij was de eerste Thaise koning die op reis ging naar het buitenland, naar Europa en Amerika. In de laat negentiende eeuw leerde hij over de excessen van slavernij en het bloedvergieten dat de afschaffing teweeg heeft gebracht. Hij was een wijs man. Eenmaal terug in Thailand had hij geleerd dat grote veranderingen tijd vergen. Een wijs besluit, stapje voor stapje werd hier onder zijn kundige leiding zonder geweld de slavernij afgeschaft. Dat kunnen ze niet overal zeggen. Zo zal het ook nu zijn mijn Westerse tijgervriend. Hier, in Amsterdam, in Dubai, waar dan ook…’

Baht

We liepen tot het ochtendgloren en ik werd weer mens. Vele vragen werden beantwoord. Mijn geest werd helder en vrij. Maar het was tijd om terug te gaan naar het hotel. Ik had nog tijd voor een laatste superslimme vraag voor de wijze Chungdrag Dorje Rinpoche. ‘Steven, hoe met dat nu met die Amsterdamse Cruise Terminal. Dat is toch belachelijk en zonde geld dat ze die gaan verplaatsen.’  Dit was mijn vraag? Ik weet niet waarom die eruit kwam, ik was mezelf ook niet helemaal, maar ook dit had weer een reden, zo bleek opnieuw. ‘Je weet het Tijn, je weet het antwoord. Elke vakantie is een reis, maar…’ Voordat hij de zin herhaalde wist ik het inderdaad. De oplossing kwam toen ik bij de kassa van een mooie Thaise tempel een prijsbordje zag: Foreigner price 100 baht, Thai 10 bath. Briljant!

Wilders

Ik heb het! Wat denk je Steven, als we dat ook in Amsterdam doen. Twee munteenheden. De oude gulden voor de locals en een nieuwe munteenheid voor de toeristen. Iets dat appelleert aan het vrijgevochten Amsterdam, het wilde van de stad waar veel toeristen voor komen. Ik bedacht ter plekke naast de Gulden ‘de Wilder’. Een Wilder, twee Wilders! Exact hetzelfde waard maar met andere biljetten, weliswaar in andere hoeveelheden om verwarring te voorkomen. Net zoals in Cuba. Op het biljet van twee Wilders staat Mandela, Gandhi op het biljet van 12, Moeder Theresa is goed voor 24 Wilders, en Abdelhak Nouri uiteraard op die van 34. Wij betalen drie Gulden voor een vaasje, de Engelse bachelor-toerist 23 Wilders per fluitje. Een joint 826 Wilders, een broodje rookworst 71, een peepshow 9176 Wilders, een Nutella-smoothie 138 en de musea gewoon gratis.‘ Het probleem was opgelost.

 Zen

You are indeed now gaining knowledge from your travels, Tijn’ sprak hij weer in Engels. Ik leerde dat ik moest leren van elke reis, met welk  doel die ook is. Pas dan zou ik wijzer en beter man worden. Het zenpilletje van Steven Seagal bleek een wijze keuze. Hij keek me indringend aan en zei: ‘Haha gotcha, you mothafucka, enough bullshit, now take down your pan..…’

Twee tikken op mijn schouder. ‘Mister, mister, you massage is finish…’ Ik schrok wakker in het heden. De jetlag was weg en de spieren soepel.  ‘Would you like more herbal tea sir?’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Visited 325 times, 1 visits today)

Reageer met Facebook:

Reacties:

Deel dit artikel